Het recht, de plicht en de gewapende man - Elizabeth Kooy

Een paar jaar geleden speelde ik een buitenvoorstelling in een stad. Het was een feest om de voorstelling te spelen en we hadden meestal net zulk prachtig voorjaarsweer als vandaag. Bij één locatie werden de stewards van de voorstelling voor een uitdaging gesteld: een man die met een draagbare radio ging zitten binnen geluidsafstand van publiek en de radio aanzette. De stewards vroegen hem de radio uit te zetten, maar dat wilde hij niet. Hij had het recht om daar te zitten en muziek te draaien. Want hij bevond zich op openbaar terrein en deed niets strafbaars. De opmerking van de stewards dat hij daarmee de voorstelling verstoorde, haalde niks uit. Hij had het recht daar te zijn en niemand zou hem dat recht afpakken. Hij had de hele stad tot zijn beschikking, de hele dag, het grootste deel van de avond op de specifieke locatie had hij kunnen uitkiezen. Maar hij had het recht dáár te zijn op dát moment, met zíjn muziek naar keuze. Vol frustratie zat hij daar, vol woede over het onrecht dat hem werd aangedaan door de stewards die hem wilden inperken in zijn rechten. Hij moest en zou volharden! Zijn ‘recht’ leek wel haast een plicht geworden.

 

Ik herken ze steeds meer, deze mensen. Gewapend in een harnas van woede en wantrouwen, ze kennen hun rechten en zullen die verdedigen, tot het bittere eind! De gewapende man. Of vrouw. Misschien heb ik daarom vorige week ‘L‘Homme armé’ uitgekozen om in te studeren met een groep jonge theaterleerlingen. L'homme armé doibt on doubter, doibt on doubter. De gewapende man moet men vrezen, moet men vrezen. On a fait partout crier, que chascun se viengne armer d'un haubregon de fer. Overal wordt omgeroepen, dat ieder zich bewapene met een maliënkolder.

 

Gisteravond keek ik de documentaire van Filemon die in gesprek gaat met complotdenkers. De meeste indruk maakte de oude ‘gewapende man’ die na conflicten met de overheid al zijn vertrouwen was kwijtgeraakt en vol vuur het coronabeleid bestreed door verslag te doen van demonstraties. Hij kon tijdens de verschillende gesprekken met Filemon niet normaal praten. Alles ging op hese schreeuwtoon. Zijn stem kapot geschreeuwd, zijn blik verhard. Een man die al geruime tijd zijn harnas droeg.

 

Het harnas komt in vele gedaantes en wordt gebruikt in verschillende kampen. Hoe terecht ook, hoe noodzakelijk misschien, hoe nobel wellicht, het harnas heeft zijn prijs. De man in de documentaire erkende dat hij nogal ‘heftig’ kon overkomen en dat dat invloed heeft op de mensen om hem heen. ‘Ik ben twee relaties kwijtgeraakt door de gemeente Den Haag omdat mijn relaties het niet aankonden, die heftigheid.’ En die zin raakte mij. Hij heeft het recht om boos te zijn, na alles wat hem is aangedaan. En dat door die boosheid mensen die van hem houden op afstand zijn geraakt, geeft hem des te meer recht om boos te zijn.

 

Je hebt het recht om boos te zijn als jouw rechten worden afgenomen. Natuurlijk. Maar het hoeft niet. Je bent niet verplicht om gebruik te maken van de ruimte die je hebt. En je bent niet verplicht om te vechten voor elke millimeter ruimte die je wordt ontnomen. Soms is iets opgeven nodig voor een groter goed. En soms is iets opgeven niet eens een offer. Er zijn vermogende mensen die leven in angst om ook maar een klein deel van hun kapitaal kwijt re raken. Er zijn mensen met een groot huis die slapeloze nachten hebben omdat de buurman misschien wel een meter van hun kavel afsnoept. En sommige mensen zijn rijk met een uitkering en gastvrij in hun kleine huis. Als je recht een plicht wordt, een harnas dat je moet dragen, is er dan nog echt ruimte voor jezelf? En voor jouw vrijheid? En voor de ander?

 

Wat me verder nog opviel, is dat Filemon niet echt antwoord kreeg op de vraag hoe de wereld er dan wél uit zou moeten zien. Geen visie op wat dan wél. Nee, eerst moest alle onrecht de wereld uit. Kan het leven dan pas echt beginnen?

 

In tijden van oorlog zijn er nog steeds mensen die trouwen uit liefde. In pandemieën worden er nog steeds kinderen geboren die gewenst zijn. Deze mensen negeren de ‘roep’ om zich te bewapenen met een harnas. Misschien eindigen ze als kanonnenvoer. Misschien. Maar misschien wel als vrije mensen.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0